Pyreneeën
online
de site van Ton Joosten
[./indexpag.html]
[./page_3pag.html]
[./page_3pag.html]
[./page_6pag.html]
[./page_11pag.html]
[./page_5pag.html]
[./page_9pag.html]
[./page_4pag.html]
Haute Randonnée Pyrénéenne 2008 verslag van een reis
Op deze pagina ga ik iets vertellen over de reis die ik in de zomer van 2008 heb gemaakt. Op 18 juni stond ik in Hendaye-Plage, klaar om te beginnen aan de Haute Randonnée Pyrénéenne (vanaf nu gebruik ik de afkorting hrp). Voor wie het niet weet: de hrp is een lange afstandswandeling die dwars door de Pyreneeën voert. Het traject begint in Hendaye-Plage aan de Atlantische Oceaan en eindigt zo’n 45 etappes later aan de Middellandse Zee in de plaats Banyuls-sur-Mer. Bijzonder aan de hrp is dat het traject zich niks van landsgrenzen aantrekt (het gaat afwisselend door Frankrijk en Spanje), dat het traject niet als zodanig is gemarkeerd (je komt onderweg allerlei markeringen tegen, maar de hrp kent geen specifieke eigen markering) en dat de route de hoofdkam van de Pyreneeën op de voet volgt. Het is een uitdagend traject, bestemd voor ervaren bergwandelaars. Tegenwoordig is op het internet regelmatig te lezen dat de hrp niet een bestaand traject is, maar enkel een idee dat naar believen kan worden uitgewerkt. Het is inderdaad zo dat soms kan worden gekozen uit verschillende routes of dat de mogelijkheid wordt geboden een atternatief traject te nemen ter omzeiling van een lastige passage. Er is dus speelruimte maar wel tot op zekere hoogte. De vlotte jongens van het internet interpreteren de vrijheid in hun eigen voordeel, nemen een willekeurig traject en zeggen vervolgens doodleuk dat ze de hrp hebben gelopen. Zo las ik ooit iemand vol trots beweren dat hij het hrp-traject tussen Sentein en Merens-les-Vals, twee plaatsen waar de hrp in de verste verte niet komt, had gelopen. Geen haan die er nog naar kraait. Ik raad iedere Pyreneeënliefhebber aan ooit een keer dwars door de Pyreneeën te trekken van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee. Niet in stukjes, maar in een keer. Geen zijsprongen maken, maar je vastbijten in een van de trajecten. GR 10, GR 11 of hrp, het maakt me eigenlijk niet uit wat je doet, al is de hrp het mooiste avontuur. Dwars door de Pyreneeën gaan, levert een bijzonder gevoel op, een gevoel dat alleen wandelaars kennen die het lef hebben er helemaal voor te gaan. Met volle bepakking lopen, een geweldig gevoel van vrijheid ervaren, meebewegen met de steeds veranderende Pyreneeën, overnachten op de mooiste plekken, genieten van stilte en de overwedigende natuur, het zijn allemaal elementen die de hrp-wandelaar als muziek in de oren klinken. Op het internet putten wandelaars zich vaak uit in allerlei excuses om de hrp niet te lopen, of niet helemaal, of om vaak van het traject af te wijken. Dat kan ik ook. Ik kan honderd excuses verzinnen om niet te beginnen aan de hrp, maar ik heb aan één reden om het wel te doen, genoeg. Op 17 juni arriveerde ik in Hendaye na een verblijf van een paar dagen bij vrienden in de Centrale Pyreneeën. De zomer was nog niet op gang gekomen. In het voorjaar was er abnormaal veel sneeuw gevallen in het hooggebergte en ik besefte dan ook dat het geen gemakkelijke onderneming zou worden. Op weg naar Hendaye werden we overvallen door de ene stortbui na de andere. Het beloofde weinig goeds, maar na mijn aankomst in Hendaye klaarde het weer op. Geen regen, de zon kwam tevoorschijn en ineens was het goed toeven aan de Oceaan. ‘s Avonds ben ik nog naar Hendaye-Plage gegaan in een poging stemmige foto’s te maken van het haventje. De nacht bracht ik door in Hotel La Palombe Bleu, een eenvoudig hotel tegenover het station. Een onrustige nacht werd het, waarin mijn gedachten voortdurend afdwaalden naar het avontuur dat voor me lag. Ik zag er tegen op en vroeg me af of ik het nog wel zou redden. De tijd werkt immers niet meer in mijn voordeel, besefte ik, en ik kan niet eeuwig trektochten in de Pyreneeën blijven maken. Maar deze tocht moest eigenlijk wel gemaakt worden. Het boek Pyrenean Haute Route krijgt een tweede druk in 2009 en daarvoor, zo had ik toegezegd, zou ik in 2008 de tocht nog maar eens lopen. Een tocht die mij eigenlijk niks nieuws meer heeft te bieden, maar ook een tocht die ik koester en waaraan ik bijzondere herinneringen bewaar. Met gemengde gevoelens stond ik in Hendaye.
18 juni: Hendaye - Col de Lizuniaga Prachtig weer. Alsof het zo moet zijn. En de vooruitzichten voor de komende dagen zijn gunstig. Ik ga vanuit Hotel la Palombe Bleu (tegenover het station) allereerst naar het strand van Hendaye-Plage. Helaas is het vloed en van het strand is dan ook maar weinig te zien. Ik loop voor de vorm naar de oceaan, proef even het zilte water en ga dan op weg. Tegenover la Croisière staat het eerste bord van de GR10 en daar leg ik mijn eerste waypoint vast. Vervolgens keer ik de oceaan de rug toe en begin aan de lange tocht. Het begin is rustig. Voorbij de huizen van Biriatou maakt de bewoonde wereld plaats voor de natuur. Spoedig bereik ik de eerste bergpas: de Col d’Osin (374m). In het gras, tussen de varens, hou ik een verdiende pauze en blik terug op de oceaan. Een bordje duidt de col aan en een paar Pottok-paarden grazen er. Het traject maakt een golvende beweging, biedt mooie uitzichten en komt na een daling op de Col d’Ibardin, waar ik een iets langere pauze houd. Tijd voor de lunch en daar is deze col met al zijn bars en restaurants een prima plek voor. Aan het tafeltje naast mij gaat een vrouw zitten. Een jaar of dertig zal ze zijn. Zwaar bepakt. Ze eet en drinkt wat en leest intussen wat in mijn boek The Pyrenean Haute Route. De temteraturen zijn intussen aardig opgelopen en ik besef dat het wel eens een zware middag zou kunnen worden. Op de Col d’Ibardin scheiden de hrp en de GR 10 zich. De Haute Randonnée gaat nu door Spanje. Tot aan de Col d’Inzola gaat het nog redelijk, maar in de middaghitte, op de zuidflank van La Rhune, gaat het licht langzaam uit. Met horten en stoten bereik ik de top van de beroemde Baskische berg. Het is er druk. Een hele lading toeristen is net aangekomen per tandradbaan. Ik koop een fles ijskoud water en rust even uit. Dan begint de afdaling naar de Col de Lizuniaga. Een leuk traject waarbij het ene na het andere grenspaaltje wordt gepasseerd. In mistig weer een lastig traject en daarom leg ik waypoints vast bij ieder grenspaaltje. Gelukkig is het zicht nu goed. De omgeving is mooi, de uitzichten zijn prima, maar ik kan er niet meer van genieten. Ik zit er helemaal doorheen en dodelijk vermoeid kom ik aan op de Col de Lizuniaga. Tot mijn schrik bemerk ik dat het restaurant nog gesloten is. Maar een vrouw is wel bezig alvast de boel op orde te brengen voor het zomerseizoen. Brood, beleg en fruit kan ik van haar krijgen. Op het grasveldje voor het gebouw zet ik de tent op. Langs de weg is er een kraantje en zo heb ik dus alles om de avond en nacht door te komen.
19 juni: Col de Lizuniaga - Arizkun Opgestaan toen het licht begon te worden. oel al aan mijn lijf dat het een moeilijke dag gaat worden. Het is mistig, maar in het begin van de wandeling wordt al duidelijk dat het een dun laagje is dat snel oplost. La Rhune geeft zich prijs en torent hoog boven de mist uit. Een prachtig gezicht. Ik maak een paar foto’s en ga verder over een licht stijgende onverharde weg naar de Col de Lizarrieta, die op de grens ligt. Ach, het gaat allemaal wel redelijk. Het is een prettig traject. De route golft op en neer, het beeld wisselt voortdurend en de omgeving is vriendelijk. En het mooie weer doet ook nog een duit in het zakje. De hrp volgt een paar uur de GR 11 en de orientering is dan ook eenvoudig. Alles gaat goed tot aan de Col d’Esquisaroy. In de schaduw van een paar bomen houd ik een pauze. De vermoeidheid is voelbaar geworden en de volgende klim, die eigenlijk niet veel voorstelt, zal een beproeving worden, zo verwacht ik. En ja hoor, met de grootst mogelijke moeite bereik ik de Col Bagacheta (793m), waar de afdaling naar Arizkun wordt ingezet. Een mooi traject, afgezien dan van de laatste kilometers die over asfalt gaan. Net als gisteren kom ik dodelijk vermoeid aan. Arizkun is een charmant Baskisch dorpje met een herberg als enige voorziening. Gelukkig is er plaats. Een warme douche, uitrusten, ‘s avonds een goede maaltijd en vroeg naar bed. Door de vermoeidheid slaap ik onrustig.
20 juni: Arizkun - Les Aldudes Een ongecompliceerde, korte etappe staat op het programma. En opnieuw belooft het een mooie dag te worden. Het gaat redelijk en een lange geleidelijke klim brnegt me nabij de berg Burga. Het laatste stukje gaat al improviserend door weiland en aansluitend door een dicht bos. Een pas is er niet. Het kost nochtans niet veel moeite om de top te bereiken (872m). Aan de rand van het bos gezeten, geniet ik van het aardige uitzicht. Een leuke afdaling met het bos links en hellingen vol varens rechts. Ik kom uit op de Col Basabar. Een splitsing van paden in een gebied vol dolmens. Het kost niet veel moeite op de Col de Berdaritz (685m) te bereiken, aan de rand van de Vallée des Aldudes. Het is intussen gloeiend heet geworden. Toch gaat het wandelen me redelijk goed af en zonder problemen bereik ik na een afdaling het dorpje Les Aldudes. De middag is nog maar pas begonnen. Eerst een drankje in het plaatselijke café en dan ga ik naar de jeugdherberg. Ik word vriendelijk ontvangen door een mevrouw die me duidelijk maakt dat ik de enige gast ben en dat er ‘s avonds geen maaltijden worden gemaakt. Geen probleem, ik maak zelf wel wat. De middag breng ik door met uitrusten, door het dorpje lopen en de voedselvoorraad op peil brengen in het lokale winkeltje. Eigenlijk had ik gepland om een rustdag te houden, maar ik voel me goed, het weer is ok en ik besluit dan ook door te gaan. Morgen naar Roncevalles.
[./indexpag.html]
[./page_10pag.html]
21 juni: Les Aldudes - Roncevalles En ook vandaag zijn de weergoden me gunstig gezind. Er is weliswaar wat ochtendnevel maar die lost snel op. Prachtige, stemmige beelden bij de Col Lepoeder. Als de weersomstandigheden meezitten is het heerlijk wandelen in Baskenland. Het eerste deel van de etappe mag er zijn. Vooral het stuk vanaf de Col de Mizpira via de top van de Errola naar de Col Meharroztegui is fraai. Op de Errola stop ik even om uit te rusten. Er lopen wat paarden rond die belangstelling tonen voor mijn rugzak en vooral voor de inhoud ervan. Op een afstandje bevindt zich een kudde schapen. Direct naast de kudde bevinden zich een paar vale gieren. Het lijkt de schapen niet te deren. Het vervolg van de route is wat minder interessant, ook al omdat men verschilende onverharde wegen intussen heeft geasfalteerd. Vandaag komt de haute randonnée voor het eerst boven de 1000m en het hoogste punt is de top van de Redoute de Lindux: 1220m. Ik neem een foto van het ornament op de top en hou een pauze, samen met enkele Spaanse wandelaars. De afdaling langs de Frans-Spaanse grens naar de Col de Roncevaux speelt zich gelukkig grotendeels in een bos af, want de hitte laat zich op het midden van de dag goed voelen. Op de col staat een kapel en een monument voor ridder Roeland, die deel uitmaakte van het leger van Karel de Grote, dat in 778 nC, op de terugweg naar Frankrijk, in een hinderlaag van de Basken viel en een pijnlijke nederlaag leed. Roeland sneuvelde tijdens deze Slag bij Roncevalles. In bevind me nu op het traject van de GR 11 en ook van de Jacobsroute. Het goed gemarkeerde traject leidt naar Roncevalles. Het is er druk. Eigenlijk is dit een plek waar gewone wandelaars niks hebben te zoeken. Het is het domein van de pelgrims. Maar de oplossing is simpel: voor een dag ben ik pelgrim. Ik meld me aan, betaal een luttel bedrag om te mogen overnachten in de grote slaapzaal en neem de stempelkaart in ontvangst. Een stuk of vier van die kaarten heb ik nu, elk met één stempel erop. Ik weet het, het is niet helemaal zuiver, maar ik doe er niemand kwaad mee. De slaapzaal (ongeveer honderd plaatsen) is niet meer in het gebouwencomplex maar in het voormalige bezoekrscentrum tegenover de gebouwen van Roncevalles. Ik word keurig ontvangen en een vriendelijke Nederlandse vrouw wijst mij een bed toe. Alles is er goed georganiseerd in de kolossale zaal, die aan het eind van de dag behoorlijk is gevuld. De pelgrimsmaaltijd (altijd forel!) in Casa Sabina is sober, maar dat hoort ook zo, denk ik. ‘s Avonds kijk ik nog even naar de voetbalwedstrijd Nederland - Rusland, maar na de eerste helft hou ik het voor gezien. Ik heb mijn rust nodig. Eerst de Pyreneeën, dan het voetbal. Het is broeierig warm geworden en terwijl ik naar de slaapzaal loop, vallen er een paar druppels. Wat zal het morgen worden, vraag ik me af.
22 juni: Roncevalles - Egurgui De pelgrims zijn er vroeg bij en ik doe “gezellig” mee. Als er pelgrims in de buurt zijn, heb je geen wekker nodig. Eenmaal buiten merk ik dat het weer niet meer zo mooi lijkt. Er staat een stevige wind en de lucht is grijs. Wat het gaat worden, is me niet duidelijk. Ik keer Roncevalles de rug toe en ben gewoon weer hrp-wandelaar. Eerst terug klimmen naar de Col de Roncevaux en dan langs de grens klimmen over een weggetje tot een bergpas. Dit gedeelte is niet erg boeiend, maar de rest van de etappe mag er best zijn. Ik bevind me op de Jacobs \route tussen Saint-Jean-de-Port en Roncevalles en veel pelgrims beginnen hun lange tocht in het Franse dorpje. Onderweg kom ik menige pelgrim tegen. Ik heb het traject vaker gelopen en het valt op dat ik nu veel meer pelgrims op mijn pad tref. Niet erg, maar het valt wel op. Bij de restanten van de Cabane de Bentarte kiest de hrp zijn eigen traject en scheert langs de brede grenskam, van grenspaaltje naar grenspaaltje lopend. Het weer is opgeknapt. Het leek een matige dag te worden, maar de zon laat zich weer zien en het wordt zelfs onaangenaam warm. De gemakkelijk te volgen route gaat langs de top van de Urculu, waarop de restanten van een Romeinse uitkijktoren troont. Tegenwoordig is de ruïne het domein van de vale gier, die zich hier in grote aantallen laat zien. Op dit deel van de route zijn meer restanten te vinden uit lang vervlogen tijden. Zo liggen er langs de weg naar de Col d’Orgambidé verschillende cromlechs (rechtop geplaatste stenen die een cirkel vormen). De mooiste licht vlakbij de col. ‘s Middag begint de hitte onaangenaam te worden en de klim naar de Col d’Errozaté is dan ook zwaar. Ik ben blij als ik uiteindelijk op de plaats van bestemming ben: Egurgui. Waar twee beken bij elkaar komen. Er is verder niks, maar de tent kan er worden opgezet. Ik ben niet de enige. Op een steenworp afstand strijken nog een paar wandelaars neer.
23 juni: Egurgui - Col Bagargiak Ook de zesde dag belooft een mooie dag te worden en dat komt me goed van pas want op de eerste uren van de route is goed zicht noodzakelijk. In het begin is er geen markering en als de mist dan het zicht ontneemt, wordt het erg moeilijk om op koers te blijven. Ik heb het een keer meegemaakt en het kostte me toen veel moeite om de weg te vinden naar de Col d’Oraaté. Maar nu gaat het bijna spelenderwijs al is het een stevige klim naar de Urculu-kam. Aldaar tref ik een witrood markering die ik nog niet kende en deze volg ik op de kam die mooie uitzichten biedt op de gegroefde, groene hellingen van dit deel van Baskenland. Een grote schaapskudde en de verspreid liggende boerderijen maken het plaatje af. Zonder probleem bereik ik de Col d’Oraaté. In het oosten lonkt de Pic d’Orhy, de eerste top hoger dan 2000 meter. Maar die staat morgen op het programma. De route buigt om de Occabé heen en gaat door een uitgestrekt weidegebied waarin een paar schitterende cromlechs liggen. Ze liggen een stukje van het pad af, maar ik ga er altijd even naar toe. De hrp valt nu samen met de GR 10. Door weidegebied, een stuk vol varens en bosbessen en aansluitend door loofbos daal ik ontspannen af naar de bodem van de vallei. Bij Chalet Pedro hou ik een korte pauze en ik drink er wat. Het is weer erg warm en de komende uren zullen zwaar worden. Even over asfalt en dan gelukkig door het bos. Een korte, stevige klim, een korte daling en dan opnieuw klimmen naar het toeristencomplex van Iraty. Het is tijdens deze tweede helft van de etappe dat de lucht behoorlijk betrekt en tegen de tijd dat ik op de Col Bagargiak arriveer, zit ik in de mist. Ik zit er behoorlijk doorheen. Gelukkig is er plaats in een van de gites. Uitrusten, douchen, etenswaren kopen in het kleine winkeltje en ‘s avonds een stevig maal nemen in het restaurant. Allemaal prima, maar het is wel gaan regenen. En wat gaat dat betekenen voor morgen, als ik over de Pic d’Orhy probeer te gaan? De onzekerheid maakt me onrustig en het duur dan ook lang voordat ik in slaap val.
24 juni: Col Bagargiak - Cabane Ardané Een spannende dag. Het eerste echte obstakel dient zich aan: Pic d’Orhy. Slechts 2017m, maar een heuse berg. Hij ligt op de Frans-Spaanse grens en steekt met kop en schouder boven alle andere toppen uit. Uit ervaring weet ik dat het enorm kan spoken op en rond de berg. Door de vrije ligging hebben de elementen vrij spel en het komt dan ook geregeld voor dat dew ind met orkaankracht over de flanken van de Pic d’Orhy raast. De gang over de berg mag je dan gerust vergeten. Mist is een ander veel voorkomend probleem. Dichte mist komt er veel voor en omdat de markering toch al verre van optimaal is, wordt het vinden van de juiste richting zeer problematisch. Ik hoop er maar het beste van. Ik ga vroeg op pad en sta binnen een paar minuten op de Crête d’Orgambidesca. Schitterend uitzicht op de top van de Pic d’Orhy terwijl de dalen verborgen gaan onder een dik wolkendek. Heerlijk, maar zal het zo blijven. Als de wolken in beweging komen, ben ik verkocht. In de aanloop naar de Col de Tharta, waar de finale klim naar de top begint, zijn er geen grote problemen. Wel word ik voor het eerst in de tocht getrakteerd op een regenbui. Ik schuil even in een grote jagershut. Op de Col de Tharta trekt de lucht dicht. Elk zicht wordt me ontnomen, maar gelukkig is het niet zo moeilijk op dit deel de route te vinden. een kwestie van de ene jagershut naar de andere klimmen over een brede kam. Op de smalle Crête de Zazpigagn (mooiste stuk van de route) verras ik een paar vale gieren, die met tegenzin het luchtruim kiezen. Na een korte klim bereik ik de kam van de Pic d’Orhy. Het zicht wordt gelukkig wat beter en zonder al te veel moeite klim ik in een rechte lijn naar de top. Na een korte pauze daal ik af naar de Port de Larrau en van daaraf volg ik voor langere tijd de grenskam. Wat me verrast is de witrode markering die ik hier en daar aantref. Die was er tot voor kort niet. De bergen zijn spoedig weer aan het oog onttrokken door dichte mist. Geen zicht, koud, motregen, kortom een typische Pyreneeéndag. Op gevoel kies ik het moment om aan de Franse kant af te dalen en al improviserend loop ik naar een onverharde weg. Ik volg deze even en neem de afslag naar de herdershut van Ardané. Wat ziet het er op zo’n dag allemaal troosteloos uit. De herder wijst me op een bron die in de beek uitkomt. Altijd handig om te weten. Ik loop door naar de kleine cabane, waarvan wandelaars gebruik kunnen maken en installeer me. De cabane heb ik voor me alleen en dat verbaast me niks, want wandelaars ben ik vandaag niet tegen gekomen. De ambiance is verre van aangenaam. Ik maak er maar het beste van. ‘s Nachts laat ik een kaars branden om nog een beetje licht te hebben. Af en toe hoor ik wat geritsel. Muizen of ratten? Van slapen komt weinig terecht.
25 juni: Cabane Ardané - Arres d’Anie De bedoeling is om vandaag in ieder geval voorbij de voormalige refugio de Belagua te geraken en ergens tussen de hut en de Col d’Anaye de tent op te zetten. De dag begint zoals gisteren is geëindigd: mist en motregen. Ik hoop er maar het beste van en ga op pad. Het eerste stuk gaat over een onverharde weg en daar kan weinig gebeuren. Ideaal bovendien om een beetje op gang te komen. Als de route van de weg afbuigt en ik door het gras op gevoel richting de Col Uthu klim, breekt de lucht ineens open en heb ik vrij zicht op de omliggende bergen. Voor me zie ik de col, die op de grens ligt, en gerustgesteld ga ik verder naar de col. Ter hoogte van de Port de Belhay zie ik wolken over de grenskam schuiven. Over een gemarkeerde route (dit deel van de route was tot voor kort in het geheel niet gemarkeerd) maak ik een klein uitstapje in Spanje en via de in mist gehulde Port de Belhay keer ik terug naar Frankrijk. In dit ontoegankelijke deel van Baskenland (ik ben er nog nooit een wandelaar tegengekomen) loop ik weer naar de grens. Een stevige klim is nodig om er te komen. Mist maakt opnieuw plaats voor zon op de grens, die nu een mooie terugblik biedt op de Pic d’Orhy, die net boven de mist uitsteekt. Maar mijn ogen zijn toch vooral gericht op de bergen die in het oosten opdoemen. Het zijn de kale toppen van de Lescun-regio. Het hooggebergte komt er aan. Voor de rest van de dag blijf ik in Spanje. Een mooia afdaling over hellingen die zijn bedekt met de “Erizon”, een stekelige struik met gele bloemen. Het effect van de Erizon heb ik nog nooit zo mooi gezien.
Refugio de Belagua ziet er treurig uit. Ik blijf er maar niet te lang en ga op weg naar het kalkgebied rond de Pic d’Anie. Verrassend is de witrood markering die er is. Het kost geen moeite meer om de route te volgen. De lange gang naar de Col d’Anaye begint met een wandeling door een beukenbos, waarin hier en daar rotspartijen zijn te vinden. Hier en daar is de route geblokkeerd door een omgevallen boom. Aan onderhoud van het traject wordt hier niet veel gedaan. Aansluitend klim ik gestaag door een opener landschap waar de bomen langzaamaan plaats maken voor kale, gegroefde rotsen. Een curieus landschap, een natuurlijk doolhof heb ik het wel eens genoemd. De inspanningen beginnen hun tol te eisen en het kost me veel moeite om de pas er nog een beetje in te houden. Op een mooie open plek hou ik het voor gezien. Gelukkig ligt er nog wat sneeuw in sommige diepe rotsspleten, want stromend water is er niet te vinden. Ik zit er helemaal doorheen, maar het weer is goed, de stilte heerlijk en de omgeving weergaloos. En, ja hoor, er zijn gemzen. De eerste die ik dit jaar in het vizier krijg.
26 juni: Arres d’Anie - Lescun Vandaag wil ik het eerste deel van de hrp afsluiten door naar Lescun te lopen. Een probleemloze wandeling, zeker vandaag, want het belooft weer een mooie dag te worden. Ik besef dat ik dit maal veel geluk heb met de weersomstandigheden. De route slingert zich op kunstige wijze door een alsmaar kaler wordend landschap naar de Col d’Anaye. Het valt me tegen dat ik er nog zo lang over doe om er te geraken. Kort voor de col bereik ik een splitsing, die ik alleen maar herken omdat ik er vaker ben geweest. Ik verlaat het witrood en volg de oude markering naar de grenspas. Een steile afdaling langs wat sneeuwvelden brengt me bij een groene vallei, waarin een beek ontspringt. Het is de zogeheten Source de Marmitou. Ik doe me tegoed aan het ijskoude, kraakheldere water en daal na een korte pauze verder tot aan de Cayolar d’Anaya. Het hutje is al bemand en ik wordt begroet door enkele blaffende honden, die mij allang in de peiling hadden. De herder is bezig met het melken van de schapen. Het is maar een kleine kudde, die wordt aangevuld door een stuk of tien koeien, vier varkens en een ezel. Een schilderachtige lokatie voor een herdershut. Met toestemming maak ik een paar foto’s van de herder in actie. Daarna daal ik verder langs kale rotswanden naar het Plateau de Sanchèse, een populaire picknickplaats. Het is intussen bijna middag en de temperatuur is hoog opgelopen. Ik ben nog net op tijd in Lescun om voor de middagpauze boodschappen te doen in het winkeltje van Lescun. Daarna ga ik naar de camping buiten het dorp en installeer me. Een onweer kondigt zich aan. Campinggaz is er niet te krijgen in Lescun en dus ga ik met tegenzin (liever had ik uitgerust) liftend naar Bedous in de hoop daar iets te vinden. Uiteindelijk, na van het kastje naar de muur te zijn gestuurd, weet ik iets bruikbaars te bemachtigen in Accous. Bij het verlaten van de winkel krijg ik een enorme stortbui over me heen. Even schuilen en dan krijg ik gelukkig snel een lift terug naar Lescun. “Jammer dat ik geen gelegenheid heb gehad om bij te komen van de inspanningen, maar morgen ga ik toch beginnen aan deel 2 van de hrp”, zeg ik tegen mezelf als ik het campingterrein betreed.
Deel 1: Hendaye - Lescun
[./page_8pag.html]
Zie voor deel 2 deze pagina
[#ANCHOR_Txt17]
[./page_8pag.html]
[./page_13pag.html]
[Web Creator] [LMSOFT]