HRP 2008: verslag van een reis
Deel 2: Door het Parc National des Pyrénées Occidentales
De tocht van lescun naar Gavarnie door het Parc National des Pyrénées Occidentales staat te boek als klassieker. Voor een groot deel gaat de tocht door het nationale park, een dunne strook beschermd natuurgebied dat tegen de Frans-Spaanse grens aanleunt. Een paar keer wordt een uitstapje naar Spanje gemaakt. Tijdens de tocht wordt gaandeweg duidelijk waarom de Pyreneeën zo bijzonder en ongrijpbaar zijn. De hrp-wandelaar krijgt te maken met steeds wisselende landschappen die elkaar in hoog tempo afwisselen. Vriendelijke, groene bergweiden, bergen van rood zandsteen, kalkstenen bergketens als de Sierra de Bernera, dichte loofbossen, schilderachtige bergmeren, een granieten woestenij zoals het gebied rond de Balaitous en natuurlijk het grote keteldal van Gavarnie. De tocht is ook een kennismaking met een aantal bekende Pyreneeëntoppen, zoals de Pic du Midi d’Ossau die de Vallée d’Ossau op weergaloze wijze domineert, de Balaitous (3144m, meest westelijke drieduizender) en natuurlijk de Vignemale (3298m, hoogste grenstop). Het is een prachtige tocht en zeker voor wandelaars die nog nooit in de Pyreneeën zijn geweest, de ideale kennismaking.
27 juni: Lescun - Refuge d’Arlet
Afgelopen nacht heeft het flink geonweerd en het verbaast me dan ook niks dat de bergen in mist zijn gehuld. Gelukkig is het droog als ik opsta en ik pak de tent dan ook maar snel in. Het belooft een sombere dag te worden, waarbij langdurig door de mist moet worden gelopen. Ik volg de GR 10 even en ga dan op weg naar de Col de Pau. Spoedig treed ik het Parc National binnen. Het is koud, het motregent, het traject is modderig en de wolken ontnemen het zicht op de omliggende bergen. En het is stil. Alleen in het begin is een groep wandelaars voorbij gekomen, maar voor de rest ben ik op mezlef aangewezen. Bij Cabane de Bonaris is geen herder te zien en er is ook geen vee. Misschien nog iets te vroeg in het seizoen. De klim gaat moeizaam. De etenswaren die ik gisteren heb ingeslagen maken de last natuurlijk weer zwaarder. Met enige moeite bereik ik de Col de Pau. Normaal gesproken word je er beloond met een mooi uitzicht, maar vandaag dus niet. Het traject vanaf de col dicht langs de grenskam is erg mooi, maar helaas wil de mist niet oplossen. Er waait een gure, harde wind, die het wandelen erg onprettig maakt. Op de Col de Saoubathou breekt de lucht ineens een beetje open. Heerlijk om even de zon te voelen en iets van de omgeving te kunnen zien. De route maakt een golvende beweging en eindigt met een korte klim langs rotsen van aan elkaar gekitte stenen naar het Lac d’Arlet. Als ik arriveer bij het meer zit de lucht weer dicht. Jammer, het is nochtans een mooie plek om te zijn. De hut laat ik voor wat hij is en ik zet de tent op nabij het meer. Uitrusten vervolgens en ‘s avonds valt er gelukkig nog wat te genieten, want de dichte bewolking zakt een beetje, breekt een beetje open. En zo komen de hut en het gelijknamige meer toch nog in beeld. Zoiets kan voor mij de dag in één keer goedmaken. De komende nacht zal de lucht helemaal helder worden en morgen belooft dan een juweel van een dag te worden, met een strakblauwe lucht. Met een gerust gevoel kruip ik in mijn slaapzak.
[
./page_10pag.html]
[
./page_13pag.html]
28 juni: Refuge d’Arlet - Candanchu
Kraakheldere lucht vandaag. De lucht is fris en er staat weinig wind. Een ideale dag om te wandelen en ik ga dan ook snel op pad. Het Lac d’Arlet ligt er roerloos bij en de hut spiegelt mooi in het heldere water. Ik maak nog wat foto’s en ga verder. Na een onbeduidend klimmetje ontstaat een fraai uitzicht waarbij toppen als de Pic du Midi d’Ossau, de Pena Colarada en de Pic d’Anayet in beeld komen. Het echte gebergte lonkt! In de Montagne de Banasse is het altijd genieten. Rotsen van aan elkaar gekitte stenen, frisgroene berghellingen, kleine stroompjes en natuurlijk herdershutten. De Vallée d’Aspe geeft zijn visitekaartje af in dit gebied waarin het beeld snel verandert. Prachtig is ook het uitzicht op de Sierra de Bernera met zijn kale, besneeuwde, kalkstenen toppen. Ik passeer nog een herdershut en daal af door een loof bos naar het Pla d’Espélunguère. Nu wacht een iets stevigere klim en deze eindigt aan de Spaanse kant van de grens bij Ibon de Astanes, groot meer aan de voet van de Sierra de Bernera. Heerlijk om hier te relaxen. Er zijn wat wandelaars die een dagwandeling maken, maar vooral zijn er paarden. Ik heb het meer verschillende keren bezocht en steeds waren er paarden. Ik kan ze geen ongelijk geven. Het paarse zandsteen rondom het water geeft het Ibon de Astanes iets extra’s. Natuurlijk houd ik hier een pauze. Bij het meer stuit ik op de route van de GR 11, die ik vanaf nu volg tot in Candanchu. Het is een aardig traject, afwisselend door bossen en open hellingen. En met dit weer is het voortdurend genieten. Moe maar voldaan kom ik aan in het weinig verheffende Candanchu dat leeft van de wintersport. ‘s Zomers is er niks te doen. Gelukkig is een van de refugio’s geopend. Ik word hartelijk ontvangen. Een slaapzaaltje voor me zelf, een warme douche, een solide maaltijd en een koel drankje. Het leven in de Pyreneeën is soms goed.
29 juni: Candanchu - Refuge de Pombie
In de ochtendschemering op pad gegaan. Ook vandaag lijkt het weer mee te zitten. De dag begint in ieder geval zonnig. Het eerste stukje van de etappe is weinig verheffend. Over asfalt lopen naar de Col du Somport en daarna nog meer asfalt naar het skioord Astun. Maar dan keert de echte bergwereld weer terug. Een leuke klim over groene berghellingen brengt me bij Ibon de Escalar. Graag had ik aan het meertje overnacht, want het ligt prachtig ingesloten en biedt mooie uitzichten op de hoge toppen van het Valle de Canfranc. Mooie plekken voor een bivak liggen voor het oprapen. Helaas, gisteren zat het er niet meer in. Een kort klimmetje vanaf het meer eindigt bij de Col des Moines, waar zich een enorm panorama ontvouwt. En de blikvanger is natuurlijk het symbool van de Pyreneeën: de Pic du Midi d’Ossau. De berg zorgt altijd voor een glimlach op mijn gezicht. Het wordt genieten vandaag, besef ik. Na een korte pauze ga ik weer op pad. Een ongecompliceerde wandeling volgt. Mooi is het Lac Casterau, dat tegen een steile rotswand aanleunt. Enkele alpenmarmotten maken zich uit de voeten. Ik daal af naar de bodem van de vallei, waar de lange klim begint naar de Col de Peyreget. Een pittige klim over een duidelijk pad. Veel gele gentianen staan er, maar ze zijn nog niet in bloei. Voorbij het kleine Lac de Peyreget, aan de voet van de imposante rotswanden van de Pic du Midi, wordt de klim wat serieuzer, zonder dat het moeilijk wordt. Een korte passage over wat rotsen, zowaar een sneeuwveld dat overgestoken moet worden, en dan verder naar de col, waar de beloning voor de inspanningen wacht. Het uitzicht op de Balaitous-regio in het oosten, is geweldig en ik hou dan ook een ruime pauze. Bovendien is de temperatuur ideaal. Wat me wel zorgen baart is de enorme hoeveelheid sneeuw die er lijkt te liggen. Als dat maar goed gaat, morgen, zeg ik tegen mezelf. Een voorproefje is de afdaling naar Refuge de Pombie. Er ligt behoorlijk wat sneeuw in de buurt van de Lac de Peyreget en de meertjes zijn nog voor een groot deel met ijs bedekt. Behoedzaam daal ik af. Het laatste stukje is gelukkig sneeuwvrij en zonder kleerscheuren bereik ik de hut. Het is er behoorlijk druk. Ik besluit in de tent te overnachten, want dat mag hier op een aangewezen terrein. Ik installeer me, maar helaas, niet veel later word ik van het mooie uitzicht beroofd door de mist die een dik rookgordijn optrekt. En de mist blijft. Jammer, maar zo gaat dat nu eenmaal in de Franse Pyreneeën. De omstandigheden zijn onberekenbaar. Soms zit het tegen, dan weer heb je geluk. De goede momenten moet je verdienen in de Franse Pyreneeën, zo denk ik wel eens. Het is een kwestie van goed je best doen en vooral van niet schromen om nog eens terug te komen. De beloning komt hoe dan ook. Ik maak er het beste van, neem in de hut nog wat te drinken (en probeer de huisgemaakte koek, die erg lekker blijkt te zijn!) en kruip nog voor het donker in de slaapzak. Morgen wacht een zware dag. Ik ben er niet gerust op.
De wolken hebben zich tot onderin het dal teruggetrokken en er schijnt een flauw zonnetje tegen de oostkant van de Pic du Midi als ik klaar sta voor de wandeling. De lucht is niet kraakhelder en het lijkt een broeierige dag te worden. Typisch zo’n dag die kan eindigen in een hevig onweer. Een simpele nafdaling naar de bodem van de Vallée d’Ossau om mee te beginnen. Ik hou een korte tussenstop bij een cabane waar de herder zijn schapen aan het melken is. Een vertrouwd gezicht in deze vallei. Het pad verdwijnt dan spoedig in een bos en na het oversteken van ee beek bereik ik de geasfalteerde weg die naar de Col du Pourtalet gaat. Hier begint de lange klim naar de Col d’Arrious. Eerst een passage door een loofbos, daarna door een opne vallei, waar in het pad vaak in een rechte lijn omhoog gaat. De eerste sneeuw dient zich aan rond de 1900 m. De Pic du Midi d’Ossau, waarop ik steeds een mooie terugblik heb gehad, verdwijnt langzaam uit beeld en ik baan me een weg naar de Col d’Arrious. Ondanks de sneeuw wordt het geen moment moeilijk. Het is vanaf deze kant ook geen steile klim. Ik besluit op de bergpas de in theorie gemakkelijkste weg te nemen en daal aan de oostzijde behoedzaam af in de richting van het Lac d’Artouste, een enorm stuwmeer. Er moeten een paar steile sneeuwvelden worden overgestoken. Sporen van wandelaars die mij voor zijn gegaan, zie ik niet, dus ik maak er maar het beste van. De daling komt tot rust op een klein plateautje, waar ik even bijkom van de inspanningen. Dan volgt de finale klim naar Arremoulit. Normaal gesproken geen enkele probleem. Er is een duidelijk pad dat in talloze zigzags omhoog gaat, maar nu is de route voor een groot deel bedekt met sneeuw. Het pad gaat gaandeweg verloren. De route is mij gelukkig bekend en ik worstel me verder naar de hut. Een en al sneeuw tegen het eind. Heel vermoeiend allemaal en het beste is er dan ook vanaf als ik aankom bij het hutje, dat uitkijkt op het grootste van de Arrémoulit-meertjes en de Pic d’Arriel. Grote ijsschotsen drijven op het water. Het is vroeg in de middag en ik besluit, net als andere wandelaars, hier te lunchen. De lucht is intussen betrokken, er valt wat regen, het rommelt wat en dit zou een voorbode kunnen zijn voor een stevige onweer later op de dag. Ik besluit het hier voor gezien te laten, meld me netjes aan bij de gardien en krijg een plaats toegewezen in deze Spaartaans ingerichte, kleine hut van de oude stempel. Druk is het er niet. Misschien een stuk of tien wandelaars. Aantekeningen bijwerken, ‘s middags slapen, ‘s avonds eten en dan vroeg onder de dekens kruipen. Morgen wordt een lange dag.
30 juni: Refuge de Pombie - Refuge d’Arrémoulit
1 juli: Refuge d’Arrémoulit - Chalet du Clot
Gisteren heb ik de gardien nog even gesproken over de route via de Col d’Arrémoulit. Volgens hem moest je in verband met diverse sneeuwvelden goed uitkijken, maar was het wel te doen. Het kon net, zei hij. Ik ben er niet helemaal gerust op. Het weer lijkt goed te worden. De zon schijnt nog niet op volle kracht, maar dat komt nog wel. De gang naar de Col d’Arrémoulit is eigenlijk heel eenvoudig. Langs het meer op lopen en klimmen naar de grenspas, die je van veraf ziet. Normaal gesproken moet er veel over rotsen worden gelopen, maar nu gaat de route verborgen onder een pak sneeuw. Moeilijk wordt het niet, het kost alleen wat meer moeite om op de col te geraken. Mijn zorgen liggen niet aan deze kant, maar aan de steile oostkant van de col. Die zorg blijkt terecht. Als de sneeuw eenmaal weg is, is de afdaling naar de Lacs d’Arriel niet moeilijk, maar nu liggen er een paar flinke sneeuwvelden, die overgestoken moeten worden. Voorzichtig baan ik me een weg. Het kan inderdaad net, zoals de gardien zei. Ook rond de meren ligt veel sneeuw en het water is nog voor een deel met ijs bedekt. Het wandelen kost op deze manier meer tijd en moeite. Ik daal nog wat af en loop dan in oostelijke richting door een meer open vallei naar het grote Embalse de Respomuso. Boven het meer ligt Refugio de Respomuso. Ik laat de hut voor wat hij is, maar hou wel even een pauze aan een van de stroompjes. Het is een prachtige dag geworden. De hemel is staalblauw, de lucht is fris, er is weinig wind en de zon schijnt op volle kracht. De weergoden zijn me nog steeds gunstig gezind. Dat is wel eens anders geweest. Ik ga op weg naar de Col de la Fache, het volgende obstakel. Eerst passeer ik een paar kleine meertjes, gevolgd door het grote Embalse de Campo Plano, dat een beetje ontsierd wordt door een nooit voltooide dam. Het is niettemin een meer dat gezien mag worden. Hier begint de klim naar de Col de Fache.
In het hoogseizoen kan er wat sneeuw liggen in de hogere regionen, maar moeilijk wordt wordt het geen moment tijdens de klim. Maar vandaag ligt er niet alleen op hoogte sneeuw, maar vanaf zo’n 2300m is de gehele route afgedekt met een dikke laag sneeuw. De boterzachte sneeuw maakt het wandelen loodzwaar en ik ben dan ook aan het eind van mijn latijn als ik bij de Lacs de la Fache aankom. De meertjes zijn nauwelijks te zien. Een van de meren geeft een beetje water prijs, dat is alles. Voor de rest is het rotslandschap in maagdelijk wit gehuld. Ik bevind me in een heus poollandschap, een bijznondere ervaring in de zomer. De laatste meters naar de col zijn steil en vermoeiend. Het kost me de grootste moeite om de Col de la Fache te bereiken. Ik puf uit bij het bordje dat de col aanduidt. Ook aan de westkant ligt veel sneeuw, maar dalen door sneeuw is toch wat makkelijker en het gaat ook sneller. Vanaf een meertje (rond 2500m) is het met de sneeuw goeddeels gedaan en kan ik “gewoon” wandelen. Het loopt al tegen het eind van de middag als ik in de Vallée du Marcadau bij Refuge Wallon aankom. Ik drink wat, eet een sandwich, om op krachten te komen. Tijdens de pauze besluit ik om door te gaan tot Chalet du Clot nabij de Pont d’Espagne. Na de ervaring van vandaag lijkt het me beter om de Col des Mulets te ontwijken en via de Vallée de Gaube naar Oulettes de Gaube te gaan. In de loop van morgen wordt het weer slechter, zegt men, en overmorgen belooft een barre dag te worden. Voordat het echt slecht wordt, wil ik over de Hourquette d’Ossoue zijn. De wandeling door de vallée du Marcadau heeft weinig om het lijf, maar omdat het lijf zijn portie heeft gehad, kost het me de grootste moeite om bij de hut te komen. De hut blijkt gesloten. Wel is er water te krijgen en je mag er de tent opzetten op een aangewezen terrein. Ik installeer me, net als enkele andere wandelaars, eet nog wat en ga er dan maar bij liggen. Morgen weer een dag.
2 juli 2009: Chalet du Clot - Gavarnie
Mijn bedoeling is om vandaag in ieder geval tot over de Hourquette d’Ossoue te geraken en zo mogelijk tot bij Cabane de Lourdes. Met de op handen zijnde weersverslechtering zal dat een hele klus worden. Ik vertrek in de ochtendschemering. Bij de Pont d’Espagne, waar overdag altijd honderden toeristen zich vergapen aan de boogvormige brug en de daverende watervallen, is nu geen mens te bekennen. Voor de zoveelste keer in mijn Pyreneeënleven volg ik de route naar het Lac de Gaube. Ook hier is geen sterveling te zien. In de verte lonkt de noordkant van de Vignemale. Om het meer heen en dan in een rechte lijn naar de Vignemale. Een kind kan de was doen in deze vallei. Er staat een stevige, gure wind. De temperatuur is aanmerkelijk gedaald en de zon laat zich nog maar sporadisch zien. Ik pauzeer even bij Refuge des Oulettes de Gaube en ga dan op weg naar de Hourquette d’Ossoue. Spoedig dienen zich de eerste sneeuwvelden aan en vanaf de splitsing met de route naar de Col d’Arraillé ligt er alleen maar sneeuw. Moeilijk wordt het niet echt, maar oplettendheid is geboden. Hier en daar kun je een enorm eind naar beneden glijden. gelukkig is er een spoor in de sneeuw en zo blijf ik gemakkelijk op koers. Op de Hourquette d’Ossoue waait een stormachtige wind en het is dan ook niet een plek om te blijven. Helaas. Ik daal door de sneeuw af naar Refuge de Bayssellance, de bunkervormige hut, die het zwaar te verduren heeft. Snel wat water tappen en dan maar verder, want het weer wordt er niet beter op. Eerst nog door sneeuw, maar gelukkig wordt het pad spoedig zichtbaar. Zigzag naar beneden. Hier en daar moet een sneeuwveld worden overgestoken. Vooral in een paar kommen liggen kanjers van sneeuwvelden. Toch is het allemaal te doen. Eenmaal bij Barrage d’Ossoue zijn alle zorgen achter de rug en haal ik opgelucht adem. Het heeft nog niet geregend, maar de lucht is nu betrokken en het lijkt een kwestie van tijd voordat de eerste druppels vallen. Ik ga op weg naar Cabane de Lourdes en ben van plan daar te overnachten. Tijdens een van mijn eerste tochten in 1987 heb ik er overnacht en het lijkt me een leuk idee er na zo’n lange tijd nog eens te blijven. Helaas ziet het hutje er alleen van buiten goed uit. Binnen blijkt het een smeerboel te zijn. Na wat geaarzel, besluit ik door te gaan tot Gavarnie. Fysiek heb ik het beste gehad, maar vooruit. Verstand op nul en de GR 10 volgen naar Gavarnie. Het vooruitzicht dat morgen een rustdag is, houdt me op de been. Mistflarden onderweg, het begint rond de Vignemale te rommelen en zo nu en dan regent het wat. Met pijn en moeite bereik ik Gavarnie. Nog net op tijd om in de winkel wat etenswaar te halen en dan ga ik naar de camping. Installeren, beetje eten en dan plat. Uitgeteld. Morgen doe ik niks. Lijkt me heerlijk.
Wordt vervolgd...........
[
Web Creator]
[
LMSOFT]